Voeding als medicijn

Wencke legt uit waarom wij in Nederland zoveel 'leeg' voedsel eten en vaak kampen met chronische gezondheidsklachten.

Ik verwacht dat veel ouders het volgende voorval enigszins herkennen:

Een dame achter je in de rij bij de kassa is, ahem… aan de forse kant. Jouw kind bekijkt haar eens uitgebreid van top tot teen. Jij probeert paranormaal uit te zenden dat hij NÚ de andere kant op moet kijken, en dat hij het NIET IN Z’N HOOFD MOET HALEN z’n mond open te trekken. Dan schettert het schattige kleuterstemmetje: ’Waarom ben jij zo dik?’ Het is jammer dat je iemand niet paranormaal met een blok kaas op z’n hoofd kunt timmeren. Nog erger wordt het als de dame in kwestie zich opgelaten begint te verklaren: ‘Tja, ik heb denk ik een beetje teveel snoepjes gegeten…’

‘Ja, én patat, én pizza,’ zegt het kleine spook.

Dit gebeurde nog voor mijn carrièreswitch, dus daar kon het niet aan liggen. Patat en pizza, niet zo goed voor je, dat weten zelfs kleuters dus al. Oké, het is natuurlijk veel te kort door de bocht om te stellen dat overgewicht altijd wordt veroorzaakt door teveel en te slecht eten. Wat wel een feit is, is dat het tegenwoordig voortdurend gaat over wat slecht voor je is, wat niet mag, wat niet moet, en wat we vooral níet mogen eten. Die negativiteit is nogal hinderlijk, en op z’n minst ontmoedigend.

Gezondheidswinst door de juiste voeding

In mijn praktijk merk ik dat mensen vaak al binnenkomen met een flinke weerstand tegen wat ze boven het hoofd hangt. Of althans, tegen wat ze dénken dat ze boven het hoofd hangt. Ze verwachten dat ik, griezelige health-dominatrix, hen zó onder handen ga nemen dat hun leven voortaan zal bestaan uit een knorrend leeg maagje met sloten groene thee en af en toe een plukje tarwegras erin. De opluchting is vaak groot als blijkt dat ze juist heel veel wél mogen eten. Sterker nog, het toevoegen van allerlei voedingsmiddelen levert een enorme gezondheidswinst op.

Kinderen en groenten.

Orthomoleculair

Dit is precies waar orthomoleculaire therapie vanuit gaat. Het woord ‘orthomoleculair’ komt van ‘orthos’ (Grieks voor ‘goed’ of ‘juist’) en ‘moleculen’, wat natuurlijk de bouwstenen van je lichaam zijn. Volgens deze visie probeer je je lichaam te voorzien van de optimale hoeveelheid van alle natuurlijke stoffen. Er moeten voldoende vitaminen en mineralen aanwezig zijn, en uiteraard wil je zo min mogelijk afvalstoffen en toxinen binnen krijgen. Een orthomoleculair voedingsadviseur zal dus in eerste instantie aandacht schenken aan voeding, de keuzes daarin en de juiste kwaliteit van die voeding. Ook is een juiste bereidingswijze van belang, en de manier waarop er gegeten wordt.

Het is namelijk niet alleen ‘wat je eet, ben je zelf’, maar vooral ‘wat je verteert, ben je zelf’.

Problemen ontstaan als je bijvoorbeeld niet goed kauwt, of als je je voedsel met water, melk of wijn wegspoelt, of als je je prak vlak voor een deadline achter je computer naar binnen schrokt. Dan kun je nog zo gezond eten, heel erg ten goede zal het voedsel je niet komen. De opname van voedsel is heel belangrijk. Geen mens is hetzelfde, en iedereen reageert anders op dezelfde maaltijd. Wat jij prima kunt verteren, doet je kind misschien op een holletje naar de wc verdwijnen. Of omgekeerd.

Voeding en levensstijl in balans

Het grootste probleem in Nederland is eigenlijk niet zozeer het teveel aan eten, maar juist het tekort aan voedingsstoffen. Want ondanks het schrikbarend hoge percentage mensen dat aan (ernstig) overgewicht lijdt, is juist ondervoeding het wijdverbreide probleem. Tegenstrijdig als het misschien lijkt, juist door een tekort aan bepaalde bouwstenen voor ons lichaam, raakt dit uit balans en in een constante stress-situatie, waardoor welvaartsklachten (waaronder overgewicht) ontstaan.

Vaak wijten mensen problemen en klachten aan hun genen en aan domme pech. Maar we hoeven echt geen weerloze slachtoffers te zijn.

Ik wil niet beweren dat je door middel van een bewust eet- en leefpatroon alle ellende kunt voorkomen, maar wel dat je de kans op klachten en ziekten kunt verkleinen of bestaande klachten kunt verminderen. Je kunt niet met zekerheid stellen dat klachten en ziekten buiten de deur gehouden worden als voeding en levensstijl in balans zijn. Als ze níet in balans zijn, krijg je echter geheid allerlei klachten.

Thomas Edison zei het al in 1847: “De dokter van de toekomst zal geen medicijnen meer geven, maar zal zijn patiënten interesseren voor de zorg voor het menselijk lichaam, voor voeding en voor de oorzaak en de preventie van ziekte.”

Nu lijkt mij niets mis met het gebruik van medicijnen in bepaalde situaties, we leven nu eenmaal in de wereld waarin we leven. Maar verder: hoe fantastisch zou het zijn als uitkomt wat Edison voorspelde. Het zou zomaar kunnen, want gelukkig worden steeds meer mensen zich bewust van wat voeding voor ons kan betekenen (naast dat eten gewoon leuk en lekker is).

Leeg voedsel

In Nederland zijn er 5,3 miljoen mensen met chronische klachten. De gemiddelde leeftijd waarop de eerste chronische aandoening zich voordoet is 44. Volgens onder anderen prof. dr. Frits Muskiet zijn deze problemen voor 95% voeding- en leefstijlgerelateerd, 5% is genetisch bepaald. Ik schrik van zulke cijfers. Omdat ik er het type niet naar ben overtuigd te raken van één enkele uitspraak, heb ik veel materiaal uitgeplozen, zowel op eigen houtje als tijdens mijn opleidingen. Inmiddels kan ik niet anders dan mij achter dergelijke uitspraken scharen. Bangmakerij? Stap je deur uit, kijk om je heen, praat met mensen, en je weet dat het klopt.

Komt dat dan doordat we zoveel troep eten?

Nou, ik hou het er hier even op dat we vooral heel veel ‘leeg’ voedsel eten. Het Nederlandse eetpatroon is het minst gevarieerd van de hele Westerse wereld, met doorgaans twee keer per dag brood (en brood, daar zit niet zoveel in…). Margarine, kaas of jam. Vleeswaren of pindakaas. Gluten, transvet, suiker, nitriet. En een piepklein beetje jodium, dat dan weer wel (dit is een grapje, want het slaat echt nergens op dat we brood zouden moeten eten vanwege jodium). De gemiddelde Nederlander eet 110 gram groente per dag, terwijl we minstens 300 gram nodig hebben (nee, geen typefout). Zelfs met die 300 gram is het nog maar de vraag of we voldoende van de nodige stofjes binnenkrijgen, aangezien de bodem zo verarmd is dat we van sommige producten hele bergen weg zouden moeten werken om er voldoende van binnen te krijgen.

Elk jaar ziek

En waarvóór precies hebben we al die voedingsstoffen dan nodig? Veel mensen voelen zich prima met hun eetpatroon dat uit supermarktpakjes en -zakjes, frisdrank en eens per week vette bek bestaat. Tuurlijk, die mensen zijn er ook. Hoe schooljufferig ik nu ook klink, ik vraag me wel oprecht af of al die mensen zich écht zo voelen, of misschien helemaal niet (meer) weten hoe ‘goed’ voelt. Misschien vinden ze het normaal om elk jaar de griep en geregeld een verkoudheid mee te pakken. Om enorme last van de overgang te hebben. Om zich vermoeid door hun dagen te slepen. Om te zwaar te zijn, een slechte huid te hebben, last te hebben van stemmingswisselingen, op hun 44e hun eerste chronische klacht gediagnosticeerd te krijgen.

Om gezond te leven, met de minste kans op klachten, kwalen of ziektes, hebben we energie nodig.

Deze energie wordt in onze cellen vrijgemaakt. Dit is een extreem complex proces, waarvoor ontelbare samenhangende stelsels, systemen en structuren goed moeten kunnen functioneren. Hiervoor zijn al die voedingsstoffen nodig. Dit klinkt ingewikkeld, en misschien voel je je nu een beetje gedemotiveerd, maar dat is nergens voor nodig! Er is licht aan het eind van de tunnel.

Er zijn dus veel verschillende voedingsstoffen nodig om optimaal te kunnen functioneren.

Dat lijkt soms ingewikkeld, maar eigenlijk valt het heel erg mee. Als je ernaar streeft zo puur en natuurlijk mogelijk te eten, en dus gaat minderen met bewerkte producten en suiker, zit je al een heel eind in de goede richting. Zoals ik al eerder heb verkondigd, geloof ik heel erg in ‘alle beetjes helpen’. Wees niet te streng en te perfectionistisch. Begin eens met kleine stapjes, en wie weet waar je uiteindelijk uitkomt!

Wat mij heel erg heeft geholpen, zijn de boeken van Rineke Dijkinga, ‘Weten van (h)eerlijk eten’ (deel 1 en 2) en ‘Alles draait om je hormonen’. Deze staan bij mij standaard op het aanrecht. Of ze liggen op mijn nachtkastje, want naast veel recepten vind je in deze boeken enorm veel achtergrondinformatie over het waarom van voedingsstoffen en allerlei andere interessante wetenswaardigheden over het menselijk lichaam en hoe het functioneert. De recepten zijn niet alleen lekker en voedzaam, maar ook voor een ‘niet-zo-heldhaftige-receptenvolger’ als ik heel goed te bereiden.

Vind je het leuk om regelmatig interessante tips, weetjes, recepten en nog veel meer informatie van mij te lezen? Volg me op Facebook. 

Foto: Brittany Wright (food photographer)

Lees ook: 

Een moeilijk etend kind. Wat te doen?
Gezond eten. Het draait om de balans.



Share this post:

Volg Mamaschrijft

Type to Search

See all results