Het blijft toch oude troep.

“Mama, ik wil zo graag naar de Kringloopwinkel!” “Nee Ties, we gaan vandaag niet naar de Kringloopwinkel.” “Naar de Action dan?” “Nee, daar gaan we vandaag ook niet heen.” Hoe weet hij nu ineens dat die winkels zo heten? Als we boodschappen doen heeft hij het nooit over namen, maar over de blauwe en de oranje winkel. Ik begrijp wel meteen wat hij wil. Een nieuw dier. Een Dino of een paard of een giraffe. Hij mist er altijd nog wel een. En hij kent heel veel diersoorten.

De kringloopwinkel

Gelukkig is het tegenwoordig geen schande meer om naar een Kringloopwinkel te gaan, maar juist hip en trendy. Maar als ik vroeger als kind tegen mijn moeder zou zeggen dat ik naar de Kringloopwinkel wilde, zou ze een rolberoerte krijgen. Ik kende het woord Kringloopwinkel niet eens. Wel tweedehands winkel of de Winkel van Sinkel. Maar denk maar niet dat wij daar ooit naar binnen gingen. Dat was volgens mijn moeder oude troep. En ik mocht ook nooit kleding van een goedkope winkel, dat was ook troep. “Goedkoop is duurkoop” zei mijn moeder dan. Dus wij gingen nooit op vakantie, maar er werd wel goede (lees dure) kleding gekocht. En met mijn verjaardag kreeg ik speelgoed van een “goed” merk zoals mijn moeder dat dan noemde.

Opvoeding

En dat stukje opvoeding blijft je toch bij. Als ik in een winkel loop, is wat ik leuk vind standaard het duurste wat er in die winkel te krijgen is. Raar maar waar. Gelukkig heb ik in de loop der jaren ook geleerd dat niet altijd alles heel duur hoeft te zijn en vind ik het tegenwoordig leuk om bijvoorbeeld dure en goedkope kleding te mixen. Waarbij ik het wel met mijn moeder eens ben dat goedkope kleding meestal niet een heel lang leven beschoren is, maar soms kun je het treffen.

En zo heb ik ook de Kringloopwinkels ontdekt. En Ties dus nu ook. Want bij sommige winkels mag hij gratis iets uitkiezen en zo’n jochie van vier heeft nu eenmaal een neus voor alles wat gratis is. Bij de supermarkt rent hij standaard naar de broodafdeling, want daar krijg je altijd een broodkapje en een snoepje. Ik zeg altijd dat hij er niet om mag vragen en daarom gaat hij nu altijd uitgebreid naar iemand staan glimlachen. Werkt als een trein. Of op vakantie in Frankrijk waar hij net “Bonjour” kon zeggen, leverde dat altijd een gratis croissant op.

Goedkoop

Het lastige in die “goedkope” winkels is, is dat het je hebberig maakt. Zelf moet ik er echt op letten of ik iets wel nodig heb, of dat ik het gewoon leuk vind omdat het zo goedkoop is. En bij Ties werkt het ook een beetje zo. Hij heeft natuurlijk geen besef van geld, maar als de meeste kinderen om je heen met speelgoed rondlopen door de winkel, wil hij dat natuurlijk ook. En dan begint het zeuren, waarvan ik van tevoren al heel vaak heb gezegd dat we dat dus niet gingen doen. “Mama, kijk eens, mag ik die?” Waarna hij na de zoveelste nee uiteindelijk zelfs zeurt om een autootje, terwijl hij bijna nooit met auto’s speelt.

Sommige moeders kijken hoe lang je het nee zeggen vol gaat houden en sommige moeders kijken met een blik van doe niet zo moeilijk, wat kost dat nou, zo’n diertje? Klopt, het kost vaak ook bijna niets en dat maakt het juist zo moeilijk, want ik wil niet dat hij denkt dat hij altijd maar wat kan kopen als hij dat wil. Ik wil ook niet dat hij nooit iets mag uitkiezen. En dus ben ik niet consequent. De ene keer mag het wel en de andere keer niet. Net hoe het me uitkomt. En of ie de hele dag al luistert of juist niet, of ik moe en gefrustreerd ben omdat ik bij het opstaan al wist dat het niet mijn dag ging worden, of dat ik juist vrolijk ben omdat Ties pas om half acht “Goedemorgen mama” komt zeggen, het hangt helemaal van mijn bui af.

Het blijft toch oude troep

Zou dat verwarrend werken voor een klein jongetje? Ik weet het niet. Soms heb je geluk en soms niet denk ik dan. Dat is toch ook een les? Vorige week mocht hij in de Kringloopwinkel inderdaad uit een mand iets uitkiezen en na heel lang kijken, iets pakken, weer terugleggen en weer iets anders pakken, koos hij een paardje uit met één oor en zonder staart. “Weet je heel zeker dat je die wil?” “Ja mama, die is echt zooooo mooi.” En in de auto zat hij trots met zijn nieuwe paard. “Ik ben een bofkontje, hè mama?” “Jij bent zeker een bofkontje.” En ik ben blij dat mijn jongetje nog kan genieten van een paardje met één oor en zonder staart. “Niet in je mond stoppen, we gaan hem straks eerst grondig wassen!” Het blijft toch oude troep, gaat het door mijn hoofd. Maar goed, vandaag gaan we dus geen diertjes kopen. “We kunnen wel naar de kinderboerderij om naar de diertjes te kijken” zeg ik. “Echte dieren mama?” “Ja, echte dieren.” En dat is ook goed. En ik voel me ook een bofkontje met zo’n leuk jongetje dat nou eenmaal gek is op dieren.

Share this post:

Volg Mamaschrijft

Leave a Reply

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Type to Search

See all results