Het effect van het simpele woordje ‘nee’.

Heb je ook wel eens met een krijsend kind door de supermarkt gelopen? Ilja wel. Haar jongste dochter had zoals veel kinderen best moeite met 'nee'.

Een jaar of negen geleden kreeg ik mijn eerste kind, oftewel Oudste. Ze was (en is natuurlijk) geweldig. Als baby een eitje. Sliep snel door, huilde nauwelijks, altijd lachend en gezellig. Gezeglijk ook, alle driftbuien waar ik mij opvoedkundig op had voorbereid bleven achterwege. Natuurlijk was er wel eens een botsing, en ze heeft ook echt wel een koppie op haar schouders, maar ze was ook wel goed te overtuigen. Nee, die ouders die met een krijsend kind door de Albert Heijn liepen, die hadden het niet gemakkelijk!! Dacht ik dan.

En ja, toen ik een tweede keer zwanger werd, riep ik heel hard dat deze natuurlijk heel anders zou zijn.

“Vast een huilbaby, eentje die geen nacht doorslaapt tot ze 12 is!” Want “oh, wat een geluk hadden wij toch gehad met die eerste”. “Bij een tweede had je natuurlijk niet zoveel geluk” zeiden we dan. En “de kans dat je nog zo’n makkelijk kind erbij zou krijgen was natuurlijk minimaal!!”

Maar ergens, diep van binnen, was ik er natuurlijk wel een beetje van overtuigd dat wij gewoon héule goeie ouders waren.  Precies de juiste combinatie van genen, waarmee een keurig, gebalanceerd kind werd gecreëerd. En dan gooi je gewoon dezelfde ingrediënten nog een keer bij elkaar, en dan krijg je weer zo’n zelfde gebakje. Dat dacht ik dus.

En toen kwam Jongste..

Die haar leven al begon met een zware periode, waarbij ze doodziek was en huilde, nee, gilde of alle pijn van de wereld in haar huisde. En die, toen ze eenmaal weer gezond was, doorhuilde. Geen nacht doorsliep. En die vanaf het moment dat ze begreep wat het betekende, een driftbui van jewelste kreeg zodra het woord “nee” klonk. Nee, niet aan mijn haar trekken. Nee, niet in je bord pap slaan. Nee, niet aan die kop koffie op tafel komen. Nee, niet die vork in het stopcontact steken. Je weet wel, de dagelijkse Nee’s.

Bij elke Nee betrok haar gezicht, schoof haar onderlip een centimeter naar voren en knepen de oogjes zich wat samen. Dan volgde er een blik op jou. Oog in oog, gedurende een seconde, hooguit twee. Om te zien of je het meende. En als ze dan zag dat dat zo was, dan schoof het onderlipje nog een klein stukje verder, trokken de mondhoeken naar achter en ging het mondje open. Wagenwijd. En dan volgde er een soort kruising tussen een sirene en een kettingzaag. Verrassend hard voor zo’n klein lijfje. Goed getrainde longetjes inmiddels.

Vervolgens ging ze dramatisch door de benen en viel op haar kleine knietjes.

Vuistjes balden zich, het bovenlijfje boog zich naar voren. De gebalde vuistjes werden op de grond geduwd en het hoofdje erop gelegd. Minimaal een minuut zat ze zo, geknield gillend als een godsdienstwaanzinnige, op de grond. En dan volgde De Blik. Zo kort dat je hem bijna miste, maar altijd daar. Een vluchtige blik om te zien of je wel keek. Wel oplette. En, het allerbelangrijkste, onder de indruk was. Want als je onder de indruk was, was er kans dat de Nee een Ja zou kunnen worden. En dan kon ze direct weer opspringen en zonder enig teken van het drama dat zich daarvoor had voltrokken verder gaan met waarmee ze bezig was. Dit alles zonder ook maar een traan te vergieten.

Maar volgde op De Blik de realisatie dat de Nee een Nee ging blijven, dan kwam fase twee. De voltooiing van de driftbui. Een tikje volume erbij, en dan op haar rug. Armen en benen gespreid begon ze donkerrood aan te lopen, de mond ging zo mogelijk nog wijder open, en daar kwam De Misthoorn. Niet te omschrijven, maar vast wel voor te stellen. Kei- en keihard. En hier kwamen wel tranen aan te pas. Dikke tranen. Weliswaar van die van het krokodillensoort, maar toch.

Excuses van een nachtmoeder.

Het Drama compleet.

Je komt erachter hoe verbazend vaak je het woord Nee (en ook andere vormen, zoals “doe maar niet”. Daar trapt ze dus mooi niet in.) gebruikt op een dag. En hoe vaak zo’n sirene af kan gaan. En op hoeveel plaatsen. Hier in huis, niet handig maar ook niet heel gênant. Behalve dan als de boel vol zit met visite. Of er net wordt gebeld over iets van je werk. Of de moeder van een klasgenootje van Oudste waarvan je altijd al het idee had dat ze de moederlijke wijsheid in pacht had. Toegeeflijk lachte ze me toe “tja, het is die leeftijd he”. Eh, dit doet ze al meer dan anderhalf jaar. Ja, die leeftijd toch.

En zo stond ik daar dus, in de Albert Heijn. De Jumbo. De Lidl. En de H&M, de Hema, de Blokker, het Kruidvat, de DA. Bij de bakker, de slager. De groenteboer. Niet altijd natuurlijk, ik sta ook regelmatig zo in de Oranjestraat, De Zuidsingel. De Parklaan, De Hoflaan. God zij dank is ook deze fase overgegaan. Inmiddels is onze Misthoorn 5 jaar, en hoewel ze ongenoegen nog steeds met veel volume zal uiten brult ze niet meer zo als voorheen.

Ooit stond ik in Winkelcentrum Hilvertshof in Hilversum (overigens zo’n plek waar je nog niet dood gevonden wilt worden, maar dat is een andere blog).

Jongste, 2 jaar oud, lag een meter of 6 verderop, op haar rug, de Misthoorn te vertolken. Ze wilde namelijk op de roltrap naar beneden, maar we moesten die naar boven hebben. Dus ik had het N-woord gebruikt. Vanuit een winkel verschenen drie oudere dames. Ze hadden ongetwijfeld onze discussie en mijn gebruik van het N-woord kunnen volgen. Een van de drie keek naar mijn brullende kind, en naar mij. Boven haar hoofd verscheen een wolkje, waarin ik gewoon haar gedachten kon lezen: “Dat arme kind. Ze kan duidelijk niet omgaan met het woord Nee. Ik zal haar eens gauw op de been helpen en die moeder leren hoe je omgaat met zo’n verdrietig kleintje” om vervolgens monter op Jongste af te stappen. “Ach, ben je zo verdrietig?? Mag je niet van je moeder? Nou, wat vervelend zeg! Kom maar, je kunt zo toch niet blijven liggen, op die koude vloer?? Arm kindje”.

En al bukkend probeerde ze het slappe lijfje omhoog te hijsen. Er zwaaide een klein armpje. Een krijs die door merg en been ging volgde, mevrouw liet als door een wesp gestoken los en Jongste sprong overeind. “NEE! Zelluf doen!!!” schalde door de gangen. En daar kwam ze naar me toegelopen, een lach van oor tot oor. Aan haar neus bengelde nog een dikke traandruppel. “Nu mette annere rotrap???”

Afijn. Ze kon dus prima omgaan met Nee. Zolang ze het zelf maar kon zeggen.

Meer lezen:

De peuterpuberteit: woedeaanvallen en driftbuien.

Share this post:

Volg Mamaschrijft

Leave a Reply

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Type to Search

See all results