Het gemis van liefdevolle rituelen.

Marissa leerde door het overlijden van haar moeder over de liefde achter rituelen, en dat je iemand al kan missen als ze er nog is.

Ik hoef me niet om te draaien om te weten dat je er staat. Achter het kleine raampje bij de keuken. Je wacht op mij, tot ik me omdraai en begint dan te zwaaien. Dag!

Honderden keren heb ik me zo naar je omgedraaid. Al die ochtenden dat ik samen met mijn buurmeisje naar de basisschool fietste. ‘s Ochtends om 7 uur, haastend naar de bushalte onderweg naar de middelbare school. In het weekend naar mijn bijbaantje bij de bloemist. Ik studeerde en woonde inmiddels niet meer thuis. Je stond er altijd.

Toen ik kinderen kreeg en ze wel eens kwamen logeren stonden jullie samen te zwaaien. Mijn zoon op het keukenblad, handjes tegen het raam. Niet altijd huilen, wel altijd zwaaien. En jij er dan achter.

Altijd draaide ik me om, en altijd stond jij daar.

Als alles-beter-wetende puber dacht ik vaak: ‘ik doe het niet, ik fiets gewoon weg, doe net alsof ik niet weet dat jij daar staat. Niet omkijken, alleen die hand even in de lucht’. Wat zul je gegniffeld hebben, jij wist natuurlijk wel beter.

En toen werd je ziek. Het raam bleef leeg en ik draaide me niet meer om.

Mijn vader liep vanaf dat moment altijd met me mee naar de auto en dan hadden we het er nog even over. Onze zorgen om jou. De angst van het niet weten wat er zou komen. Het gevoel van missen dat nu al begon te groeien. Je koppigheid, oh die koppigheid. En al die beslissingen die genomen moesten worden. Je was zo ziek.

Maar op een dag. We waren samen op klein-avontuur geweest, want dat deden we op dinsdag. Het was fijn, die dag. Ik duwde je rolstoel tussen de mooiste bloeiende planten in een heerlijke ontluikende lente-tuin. De voorjaarsbeloftes sprinkelden hoopgevend in de lucht. We lunchten samen, een glas wijn. Jouw hoofd naar de zon, ogen zachtjes gesloten. De eeuwige sigaret tussen je vingers smeulde langzaam op.

Thuis, weer geïnstalleerd in je bed in de kamer zei je hoe fijn je het vond, dat het zo jammer was dat ik weer wegging. Dat je het wel begreep, de kinderen enzo. Na een lieve kus liep in de deur uit. Zonder dat ik keek voelde ik dat je er weer stond. Ik draaide me om en daar was je. Fragiel en zo kwetsbaar, zo ziek. Mijn moeder. Je zwaaide. Ik zwaaide.

Maanden later sta ik achter hetzelfde raam.

Ik hou mijn dochter te stevig vast. Ze zwaait enthousiast. Mijn man, vader en broers tillen je kist in de hele echte zwarte begrafenisauto. Langzaam rijdt de wagen onze straat uit. In gedachten zwaai ik naar je. Dag mam, zeg ik zachtjes. Dag mam.

Lees ook:

Share this post:

Volg Mamaschrijft

Leave a Reply

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Type to Search

See all results