Op reis door Chili: vies is het nieuwe normaal.

“Mama, hoeveel nachten blijven we op deze camping?” Ik moet lachen om de vraag. We hebben ons kamp aan het einde van de vorige dag opgeslagen langs een ijskoud gletsjerstroompje. De plek aan de voet van de Lonquimay vulkaan is beschut en uit het zicht. De enige die ons in de smiezen heeft (tot groot enthousiasme van de kinderen) is een vos, die komt kijken of er iets te halen valt. We hebben ook nog stromend water, dus helemaal niet verkeerd, maar een camping? Nee, dat is het niet.

Kamperen in Chili

Het is exemplarisch voor de ruim vier maanden dat we met z’n allen onderweg zijn. We vertrekken in November, de Zuid Amerikaanse Lente, vanuit de hoofdstad Santiago richting het zuiden van Chili. Land van vulkanen, knalblauwe meren, fjorden en oeroude bossen. Prachtig, maar ook bekend om z’n onbetrouwbare, wisselvallige klimaat. Je moet dus, zo gezegd, een beetje geluk hebben. Ons ‘huis’ bestaat voor vier maanden uit een auto met daktent, een comfortabel bed op het dak van onze auto. Een aanritsbare onder-/voortent moet ervoor zorgen dat we in geval van slecht weer een beschutte plek hebben. Ik ben zelf dol op kamperen, ook met kinderen, en een beetje regen daar kan ik ook wel tegen. Toch is ‘teveel nattigheid’ voor vertrek eigenlijk mijn enige grote zorg. Meestal kijk ik uit naar ons avontuur, maar soms als ik ‘s nachts wakker lig, zie ik ons voor me; alles nat, vochtig en koud, geen kant opkunnen, met twee kleine kinderen op 4 vierkante meter waar ook bagage staat en gekookt moet worden.

Apenbomen, fjorden en vulkanen

Onderweg vallen die zorgen al snel van me af. We banen ons een weg richting zuiden via stranden en nationale parken. We wandelen tussen gigiantische apenbomen, bouwen vlotten in de rivier naast ijsvogeltjes die speuren naar een visje en badderen in meren aan de voet van actieve vulkanen. We proberen zalmforellen te vangen en snoepen bramen van de struiken tot we paars zien. We pick-nicken naast luierende zeerobben, in bloemenweiden, op bergtoppen en als het moet langs de eindeloze weg door de steppes met de auto als enige bescherming tegen de wind. En over het algemeen is onze grootste vijand niet kou of regen, maar horzels die op sommige plekken in grote getalen tevoorschijn zijn gekomen.

Kindervermaak

‘En hoe gaat dat dan met de kinderen? Hebben die het niet koud? Worden ze niet te vies? Kan je wel douchen? Vermaken ze zich wel?’ Dit zijn de vragen die we onderweg van veel Chilenen krijgen. Duidelijk een cultuur die niet erg gewend is aan kamperen met kinderen. Nee…, Klaas en Mees hebben het (praktisch) nooit koud, vies is het nieuwe normaal en je kunt inderdaad niet iedere dag douchen, maar desnoods vullen we een plastic opbergkrat met water om te badderen. En ze vermaken zich opperbest!

Jammer is dat we inderdaad bijna geen andere kinderen zien op de campings. Ook een glijbaan, schommel of zandbank kom je praktisch niet tegen. Gelukkig maakt het buiten zijn alles goed. De natuur zelf is eigenlijk al één grote speeltuin. We hebben een kleine opbergdoos met speelgoed bij ons; wat duplo, autootjes, poppetjes, emmer en schepjes en wat stiften en papier. Maar na een aantal weken wordt die doos nog maar mondjesmaat tevoorschijn gehaald. Zodra we ergens aankomen, worden er stenen en stokken verzameld, en wordt er gezocht naar schatten en insecten. En waar thuis strikte regels worden gesteld aan schermtijd, omdat het anders de hele dag nergens anders over gaat, lijkt het wel of het bestaan van een iPad hier totaal vergeten is.

En de regen?

Die komt van tijd tot tijd inderdaad met bakken uit de hemel. We worden soms nat, maar het is in nergens de nachtmerrie die ik voor me zag. Mees bouwt in de voortent op een kleedje met de duplo en Klaas gebruikt de proviandkist als tafeltje om een tekening te maken. Via de voortent hebben we toegang tot de auto, dus we kunnen zelfs alles inpakken zonder nat te worden. Alleen voor het inklappen van de tent en het afritsen van de voortent moeten de regenjassen aan. En daarna? Op zoek naar de zon en het volgende avontuur!

Ik ben Marjan en woon momenteel in het noorden van Chili met mijn Chileense lief Nicolás, zoontje Klaas (5) en dochter Mees (2). Na lang wikken en wegen besloten we ongeveer twee jaar geleden het roer om te gooien en het Amsterdamse bos in te ruilen voor het Andes gebergte. Via ons bedrijf Dusty Roads, verkopen en verhuren we daktenten en minicampers en we trekken er dan ook zoveel mogelijk op uit om te (wild)kamperen op stranden en bergpassen, in valleien en woestijnen! Meer van ons zien? Volg ons op instagram en facebook @dustyroads.cl & @alkemamarjan.

Lees ook Marjan haar vorige blog: Vijf jaar en een spreekbeurt in het Chileens geven.

Share this post:

Volg Mamaschrijft

Leave a Reply

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

Type to Search

See all results