De peuterpubertijd: woedeaanvallen en driftbuien

De peuterpubertijd staat bol van driftbuien. Met als kers op de taart zo nu en dan een knallende woedeaanval. Hoe kun je hier nu het beste mee omgaan?

Herken je dit van je eigen kinderen? Dat er van die fases zijn dat je kind kan ontploffen om het minste geringste. Er is dan geen land mee te bezeilen. Of een kind dat vooral geen ‘hallo’ zegt als het langsloopt maar boos gromt. Nou, mijn peuter (bijna-kleuter) is er ook zo eentje. Hij kan nu steeds beter met zijn emoties omgaan, maar hij kon ook enorme woedeaanvallen of driftbuien hebben. Oftewel: een duidelijk geval van de peuterpuberteit.

De peuterpubertijd

Maar wat is dat nou precies, de peuterpubertijd? Deze fase kan zich uiten in verschillende vormen. Peuters willen graag dingen zelf doen, maar vaak kunnen ze dat nog niet. En dat zorgt voor frustratie, maar ook voor angst en stemmingswisselingen. Een peuter kan het ene moment superlief en blij zijn, en een paar minuten later een ontzettende driftbui krijgen. Best wel verwarrend voor ouders, maar ook voor het kind zelf.

Met de deur slaan

De peuterpuberteit begint vaak al rond het tweede levensjaar. In mijn geval rond de 28 maanden. Een voorbeeld. Mijn zoontje Raf ging naar onze buren om met zijn buurmeisje te spelen (ze lopen de deur bij elkaar plat). Maar bij binnenkomst bleek er een voor hem onbekende vrouw in de kamer te zitten, een vriendin van onze buurvrouw. Hij ziet haar, zegt tegen niemand in de kamer gedag en besluit tong-uitstekend en half-grommend onder de bank te gaan liggen. Om vervolgens 15 minuten later, toen mijn lieve buurvrouw hem op zijn gemak wilde stellen, huilend en schreeuwend naar huis toe te rennen. Ons schattige buurmeisje komt hem nog achterna maar hij slaat de deur voor haar neus dicht en roept: “Ik wil niet met jou spelen, jij bent stom!” Is dit misschien wat ze bedoelen met de peuterpuberteit?

De driftbui

Nog zo’n situatie. We zitten aan tafel, klaar voor het ontbijt. “Raf, wat wil je op je boterham, avocado of kipfilet?”, vraag ik. “PINDAKAAS”, krijg ik terug. “Nee, je kunt kiezen uit avocado of kipfilet”, zeg ik lief terug. “Ik wil PINDAKAAAAAAS”, roept hij boos. Hij schuift z’n glas melk van tafel en gooit zichzelf op de grond. Hopeloos kijk ik naar mijn zoon, in een plasje melk op de vloer. Met als kers op de taart een knaller van een driftbui. Help!

Lees ook: Op pad met een eigenwijze peuter en kleuter

Gevoelig kind

Zo’n situatie kwam regelmatig voor. Maar wat ik vreemd vind, is dat hij tegelijkertijd ook een heel gevoelig kind is. Zo heeft hij een periode lang gezegd dat hij ‘terug naar huis wilde en terug naar waar hij vandaan kwam’ en dat ‘Sara’ boven was. We hebben nooit kunnen achterhalen wie Sara is. Het kan een kindje uit een boekje of van tv zijn, maar zeker weten doen we dat niet. Hij kan ook ontzettend veel plezier hebben, en ergens helemaal in op gaan: hard lachen, iedereen entertainen, showtjes opvoeren. Zo ontzettend veel energie heeft hij dan, dat het soms ook juist weer negatief kan uitpakken. Dat het spelen ineens vechten wordt. Of dansen schreeuwen wordt. De muziek mag ook nooit te hard want dat doet “pijn aan zijn oren”. Inmiddels weet ik dat ook gevoelige kinderen verschrikkelijk driftig kunnen worden.

“Ben je ziek? Je mag mijn knuffels hebben”

Toen ik laatst met een hevige keelontsteking op bed lag, kroop Raf naast me met een arsenaal aan knuffels. Hij zei: “Ah, ben je ziek mama? Je mag mijn knuffels hebben.” Lief! En ook als hij filmpjes op tv kijkt waarin iemand verdrietig is, dan zie ik dat hij daar helemaal in op gaat en verdriet of vreugde van de ander zelf ook voelt. Vooral als het om verdrietige scenes gaat. Kortom: de emoties gaan alle kanten op. Hierdoor lijkt het soms alsof mijn kind onhandelbaar is en dat hij vooral niet luistert naar mij als ouder en continue zijn eigen plan trekt. En dat is vaak ook zo. Inmiddels heb ik geleerd dat ik hem op zo’n boos moment vooral moet begeleiden in zijn emoties. Sommige mensen adviseren mij om strenger te zijn, maar daar ben ik het niet mee eens.

Zijn energie

Ik geloof namelijk dat je een kind ander gedrag kunt aanleren zonder te straffen. Door zijn gedrag leer ik hem- en mezelf beter kennen. In het verleden vond ik Raf zijn gedrag echt onacceptabel en werd ik zelf heel boos als hij een woedeaanval kreeg of als hij schreeuwde. Maar inmiddels weet ik dat dit totaal averechts werkt. Hoe rustiger ik blijf tijdens zo’n driftbui, hoe meer zijn energie daalt om vervolgens weer bij zinnen te komen.  Ik heb wel eens gehoord dat kinderen bij 3,5 jaar oud ineens een stuk makkelijker worden. In zijn geval is dat ook zo. Hij zit nu zo lekker in zijn vel! Hij luistert beter en accepteert ‘nee’ wanneer ik hem er uitleg bij geef. Wellicht komt het door zijn leeftijd, maar misschien ook door mijn manier van handelen de afgelopen maanden. Terwijl ik voorheen zelf ook boos werd en mijn zoon in de hoek zette, handel ik nu heel anders.

Zo ga ik om met woedeaanvallen en driftbuien:

  • Even laten uitrazen
    Ik laat hem boos zijn, hij mag alles eruit gooien en ik laat het gebeuren. Tot enorme frustratie van mezelf af en toe. Ik begin pas met praten als hij enigszins afgekoeld is, anders dringt het totaal niet tot hem door.
  • Niet straffen
    Ik laat echt wel duidelijk merken als ik het ergens niet mee eens ben, maar ik probeer niet te straffen. Ofwel een time-out te geven. Hoe moeilijk het ook is. Ik heb mij eens laten vertellen dat straffen een negatieve vorm van aandacht is en zelfs averechts kan werken. En dat een kind zich daardoor juist geïsoleerd voelt. Het maakt ze bozer en hun emoties nog meer ontregeld. En dat merkte ik ook. Het schreeuwen en de boosheid werd alleen maar erger. Hij zat vol met emoties, en ik zette hem apart. Wat leert hij daar nou van? Niks toch.
  • Een ‘time-in’ organiseren
    Dus geen time-out geven, maar juist een time-in door hem te troosten. Zodat hij rustig wordt en we samen kunnen bedenken hoe hij dat volgende keer kan oplossen. Volgens mij voelt een kind zich daar veel veiliger bij. En het lijkt tot nu toe een stuk effectiever te zijn.

Over een paar maanden gaat hij naar de basisschool. Ik denk dat het hem heel goed zal doen. Hij praat er veel over en is er volgens mij helemaal aan toe!

De peuterpuberteit zal vast ergens goed voor zijn. Hij kan zichzelf in elk geval goed uiten. En ondertussen houd ik me vast aan de mensen die beweren dat een pittige peuter een poeslieve puber wordt.

Lees ook: Opvoeden. Een grootse uitdaging

Share this post:

Volg Mamaschrijft

Leave a Reply

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

4 comments

  1. Pingback: Snel zindelijk: voorkom natte broeken door duidelijke communicatie. - mamaschrijft

  2. Pingback: Hoera, mijn kind fietst zonder zijwieltjes! - mamaschrijft

  3. Pingback: Waarom een koppig kind later meer gaat verdienen - mamaschrijft

  4. Pingback: 10 x waarom een dreumes thuis zo gezellig is - mamaschrijft

Type to Search

See all results