Rustig blijven. Juist bij weerstand.

Het helpt echt om rustig te blijven en eerst tot tien te tellen voor je eruit gooit wat je in eerste instantie wilde.

De grootste beloning: kalm blijven

Een van de grootste uitdagingen in het opvoeden van mijn kinderen, blijft voor mij rustig blijven bij weerstand, in plaats van mezelf verliezen in eigen emoties en reageren vanuit onmacht en pijn. Ik vind dat nog elke dag moeilijk en het gaat ook zeker niet altijd goed (Lief voor mezelf blijven als het niet lukt, is ook een uitdaging overigens!). Op de momenten dat het wel lukt, is de beloning steeds weer groot. Voor beide partijen. En als het dan een keer is gelukt, heb je houvast voor de volgende keer. En de keer daarna weer.

Ik denk nog regelmatig terug aan een ruzie van een tijd geleden. Het ging eigenlijk om niks en de reactie van mijn zoon was buitenproportioneel heftig, maar het lukte om bij mezelf te blijven. Vanuit mijn rust kwamen we onder de boosheid bij een enorme bak verdriet. Het mooie was, er bleek ruimte om het verdriet te voelen en te uiten. Ik vind het fijn om dit incident in deze eerste blog met jullie te delen, omdat het illustreert op welke manier ik mijn kinderen opvoed.

Stille tranen over mijn wangen

Haal adem. Haal adem….is het enige wat ik nog kan denken als ik bovenaan de trap zit. Mijn ogen dicht, stille tranen over mijn wangen en mijn handen met de palmen omhoog op mijn knieën. Van zolder klinkt de schreeuwende stem van mijn net 10-jarige zoon: ‘Je zit zeker te janken hè, nu? Je kunt het gewoon niet aan, alleen, gescheiden moeder met vier kinderen!’

Stampende voeten op de trap

Ik weet niet eens meer wat er nou precies gebeurd is, maar we kregen ruzie. Volgens mij omdat ik zei dat hij naar bed moest en hij niet wilde. Boos liep hij de trap op, schreeuwend dat hij zijn tas ging pakken en weg zou gaan. En boos draaide ik de voor- en achterdeur in het slot. Mijn sleutelbos gooide ik op een plek waar hij hem niet zou zoeken. Net zoals de bos van zijn zus, waar ook een huissleutel aan zit. Eenmaal weer beneden vertelde ik hem dat ik niet wilde dat hij weg zou gaan. Dat weglopen geen zin heeft. Hij zichzelf meeneemt. ‘Onzin!’ en hij trok aan de voordeur. Die zat op slot. Woedend trapte hij meerdere keren tegen de deur. Ik dacht even dat hij ‘m in zou trappen maar ik zei niks en keek alleen. Vervolgens zijn stampende voeten op de trap. Naar zijn kamer. Op zolder.

Lees ook: Je bent niet alleen.

Mijn zoon heeft mij nodig

Ik probeer mijn borst open te maken en mijn longen te vullen met lucht. Mijn ademhaling van hoog boven in mijn borst, naar onderin mijn buik te krijgen. Zodat ik weer rustig wordt. En terwijl ik bezig ben met mijn ademhaling, vervagen de schreeuwende woorden. Zakt mijn eigen woede. Mijn onzekerheid. Mijn verdriet. En land ik langzaam weer in mezelf. Dit gaat niet over mij. Dit gaat niet over of ik een goede moeder ben. Dit gaat over een boos kind. Mijn boze kind, dat mij nodig heeft. Ik heb een boos kind boven op zolder, that’s all.

Snikkend in mijn armen

Als ik boven kom zit hij op zijn bed. Ziedend. Heel rustig benoem ik dat hij wel ontzettend boos is? “Ik ben niet boos!” Oké, zeg ik, als je niet boos bent, ben je dan misschien verdrietig? En terwijl zijn ogen glinsteren brult hij: ‘Zie jij de tranen over mijn wangen rollen soms?’ Nee, zeg ik, maar ze prikken wel in de hoeken van je ogen. En dan gebeurt het. Hij breekt. Ik pak hem vast en terwijl de snikken uit zijn tenen komen, vraag ik of hij wil dat ik ga of dat ik blijf. ‘Je moet blijven’ snikt hij. Als ik bij hem op bed ga liggen nestelt hij zich in mijn armen. Zeker 10 minuten ligt hij zo. Diep snikkend. En als hij nog wat later eindelijk een beetje rustig is geworden, trekken we zijn broek en trui uit en stop ik hem met dik gezicht, volledig uitgeput, in. Hij valt vrijwel meteen in slaap.

Lees ook: Ruzie via de app.

Ontroerd

Rond een uur of vijf, vroeg in de ochtend, schrik ik wakker. Soms voel je gewoon dat er iets is. Ook in je slaap. Mijn zoon staat naast mijn bed, te rillen van de kou. ‘Mam, ik kan niet slapen. Mag ik bij jou?’ Tuurlijk mag dat, ik hou de deken open en hij kruipt naast me in mijn warme bed. En terwijl ik me net om wil draaien om verder te slapen zegt hij: “Mam, ik voel me zo schuldig. Ik heb zulke lelijke dingen gezegd gisteren, maar die meen ik helemaal niet”. Ontroerd zeg ik dat het niet erg is. Dat dat zo gaat als je boos bent. Dat je in je woede soms dingen doet en zegt waar je later spijt van hebt. En dat ik me daar ook wel eens schuldig aan maak. Ik zeg dat ik trots ben dat hij het inziet en dat nu tegen me zegt.

Nu begrijp ik wat je bedoelde

Van een harde klap schrikken we wakker. Het blijkt de wc-bril te zijn, die zijn zus liet vallen. Mijn dochter was ook betrokken bij het conflict. Maar er was nog geen moment geweest om de ruzie rustig met haar te bespreken. Mijn pubers weten elkaar met gemak de hele dag te irriteren, behalve wanneer ik vind dat ze naar bed moeten, of iets dergelijks. Op zo’n moment vormen ze een prachtig blok samen, tegen mij. Zoals dat hoort op die leeftijd. Vanuit mijn bed kijken we precies onze badkamer in en we zien haar zitten. Ongemakkelijk. De knop drukt ze iets te hard in. De klep, net als de bril eerder, valt iets te hard omlaag. En haar pyjamabroek trekt ze iets te ruw omhoog. En dan zegt mijn zoon ineens: ‘Mam, nu begrijp ik wat je gisteren bedoelde toen je zei dat je jezelf en je boosheid meeneemt als je wegloopt. Zij voelt de woede, en misschien het verdriet, nog steeds, en ik niet meer.’

Dit vind je ook leuk om te lezen:

Mijn eerste maand met drie kinderen.

Het geheim voor een gelukkig gezin.

Share this post:

Leave a Reply

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

1 comment

  1. Pingback: Mijn dochter zet een helix piercing en ik leg een ei * mamaschrijft

Type to Search

See all results